Gefrustreerd stond ik voor de koelkast, het was april, want er lag een enorme chocolade paashaas in de koelkast. En ik merkte op dat ik dacht: ‘Ik vreet dat ding in één keer op!’
Dit benoemde ik op dat moment naar mijn man (de bron van mijn frustratie destijds 😉 ) ‘Ik ben zo gefrustreerd! Ik wil gewoon deze paashaas nu gaan opeten!’

En meteen merkte ik dat dit mij wat ruimte gaf. Om het gewoon even hardop te zeggen.

En daar stond ik. De hendel van de koelkast nog in mijn hand. Een beetje hulpeloos eigenlijk. Wil ik dit nu echt? Gaat het opvreten van de paashaas mij nu echt helpen? Het eerlijke antwoord was nee… niet. Praten over mijn frustratie was in dit geval een meer passende actie.

Waarom lukte dit mij op dat moment?

1. Opmerken / bewust zijn. Ik kon mijn gedrag, mijn gedachten en mijn gevoel opmerken. Ik stond dus voor die koelkast. Ik had daarvoor al opgemerkt dat ik gefrustreerd raakte en dat ik terug wilde vallen in mijn oude patroon van emotie-eten. Wat mij hielp was dat ik dit door had, dat ik dit zag, dat ik dit opmerkte. Dat is natuurlijk niet zomaar gebeurd, daar heb ik veel aandachtsoefeningen voor mogen doen.

2. Benoem wat je opmerkt. In de opleiding die ik nu volg blijkt het Benoemen van je gevoel, of het Benoemen van je gedachten een krachtig instrument om er een beetje los van te komen. Om er ruimte aan te geven. ‘Man wat ben ik brak en moe. Ik zou zo graag een zak chips open willen trekken!’ Probeer eens wat dit hardop benoemen met je doet. En stel jezelf dan eens de vraag, wil ik dit echt? Wil ik gaan eten omdat ik brak ben en moe? Of wil ik dan toch liever iets anders doen?
En de chips een keer eten, wanneer ik er echt zin in heb en er dan ook volop van genieten? à dat is heel wat anders!

Ga je deze oefening zelf toepassen, dan hoor ik graag wat voor effect het bij jou heeft.